Voor u gelezen (3): gereformeerden en evangelischen
Een aantal weken geleden is een boek verschenen met de titel ”Gereformeerden en evangelischen”, waarin dr. J. Hoek en dr. W. J. Ouweneel elkaar uitleggen wat zij onder deze begrippen verstaan. In De Waarheidsvriend van 10 november gaat dr. A. de Reuver (hervormd predikant in Serooskerke en emeritus hoogleraar gereformeerde godgeleerdheid vanwege de Gereformeerde Bond) nader in op dit tweegesprek. Het eerste en het tweede deel zijn reeds eerder gepubliceerd. In deze uitgaven het laatste deel.
gereformeerdevangelisch
Zingen en zuchten
Zoiets wil die paradox uitdrukken: ”simul iustus et peccator”, tegelijk rechtvaardige en zondaar. Dat is niet maar een lutherse slogan, maar een voluit paulinische werkelijkheid. Romeinen 7 : 14 (”vleselijk en onder de zonde verkocht”) kun je niet gekunsteld terugprojecteren op Paulus’ eertijds (toen vond hij zich trouwens blijkens Filippenzen 3 allesbehalve vleselijk), maar is te verstaan als een weeklacht tot God, die meteen een aanklacht aan eigen adres behelst.
Het is deze zelfde mens in misère die uit Gods mond vernomen heeft en door Hem verzekerd is dat hij gerechtvaardigd en gereinigd is in Christus’ bloed en vrucht draagt door in Hem te blijven. Romeinen 8 is geen stadium aan Romeinen 7 voorbij. De hooggestemde Paulus van Romeinen 8 ontmoeten we ook al in Romeinen 5 en 6, en de zuchtende Paulus van Romeinen 7 komt in hoofdstuk 8 helemaal terug. De apostel weet zich trouwens op zijn oude dag nog altijd pal vooraan te staan in de rij van zondaren. Vandaar dat hij zo verwonderd roemt in Gods barmhartigheid (1 Tim. 15v). De jubel van zijn danklied is daarom zo hooggestemd omdat ze opkomt uit de diepte van een bittere klacht: ”Ik ellendig mens… ik dank God…” (Rom. 7). Het is nu precies het eigene van de heiliging dat er geen sprake is van een overwinning die de strijd te boven is, maar van een overwinning midden in de strijd. Juist de zuchter zingt het hoogste lied. Juist het slachtschaap weet zich meer dan overwinnaar. Over deze paradox kan ik niet uit. En ik kom er ook niet bóvenuit.

Psalmen
In dit licht bezien, kan er geen sprake zijn van een meerwaarde die het nieuwtestamentische lied zou hebben boven de Psalmen. Niet dat ik het nieuwtestamentische ‘gezang’ –mits gezond– zou willen missen, maar voorrang? Nee. Wie ‘stereo’ leest en wie gelooft wat Christus op de dag van Zijn verrijzenis de Emmaüsgangers voorhield, hoort in de Psalmen Zijn stem, van klacht tot jubel, en andersom. Van voorrang is geen sprake, of het moest dan toch die van de Psalmen zijn, die liederen waarin Christus woonde tot op het kruis. Maar laten we liever zeggen dat het gaat om samenhang en samenklank.

Paradox blijft
Nog één ding moet me van het hart. Het raakt het hart van de geloofsbeleving. Ik geloof en ervaar dat het nieuwtestamentische christenleven niet minder aangevochten is dan dat van psalmisten en profeten. Er loopt een kras door ons geredde leven. Pronken is er niet bij. Het kruis staat erin opgericht, en er ligt een kruis over de schouders. Geen liedjes, al zijn ze nog zo jolig, maken dat ongedaan.
We moeten dan ook het pinksterleven niet zo uitbundig opwaarderen boven dat smadelijk aangeduide armezondaarsleven naar oudtestamentisch snit. Ook na Pinksteren blijft de kerk de paradox niet bespaard. De Geest gaat net als weleer Zijn ongekende gang, vol donkere majesteit. Petrus komt vrij, maar Jakobus wordt onthoofd. Wonderen van genezing en bevrijding vinden plaats, maar Johannes wordt opgepakt en opgesloten.
De heerlijkheid is voorhanden, maar vooral ophanden, toekomstmuziek waarvan we het preludium horen. We zingen ervan in een vreugde die even groot is als het verlangen. We zingen maar zien het nog niet. In hope. Van horen zeggen. De rechtvaardige leeft door het geloof. Hij gaat geen kromme wegen, maar wel gekromd en kreupel. Wie in Christus’ navolging is aangeworven, loopt even mank als de geredde (!) Jakob, en draagt een doorn in zijn vlees, zoals de gerechtvaardigde Paulus. Daarom zuchten we zo hartgrondig. En daarom zingen we zo opgetogen. Want het kruis is soms zwaar, maar de glorie wacht en wenkt. Dan pas –en eerder niet– zal de laatste traan van onze ogen worden weggewist. Daar pas zijn we volbloed evangelisch, of wat hetzelfde is: voltooid gereformeerd.
A. de Reuver