| Mag het alstublieft een beetje stiller? |
Een van onze hoogleraren aan de theologische faculteit in Utrecht - ik spreek over bijna dertig jaar geleden - had merkbare aversie tegen de nieuwe zeden onder de studenten. De dames en heren stonden niet meer op bij binnenkomst van de hoogleraar. Erger nog was het gepraat dat daarna bijnaonverminderd doorging. Op een dag hadden enkele vrouwelijke studenten hun conversaties nog niet beëindigd toen onze prof al achter de katheder stond. Zichtbaar geïrriteerd vroeg hij of er ook vrouwen in de hemel zijn. Omdat het antwoord bij ons niet leek te willen komen, gaf hij zelf uitsluitsel onder verwijzing naar Openbaring 8:1 waar Johannes schrijft over een stilzwijgen in de hemel van een half uur... De boodschap was duidelijk, maar over de exegese hadden wij onze twijfels...Ik moest één deze dagen weer denken aan dit gekke voorval, toen ik zou voorgaan in een kerkdienst. Achter de deur van de kerkenraadkamer was het een kakofonie van geluiden. Geen gewijde stilte, wel druk gepraat. Pas toen de organist het introïtuslied inzette staakte het gepraat. Tot mijn verbazing zetten sommigen hun gesprekken weer voort tijdens het naspel. Ook onder de collecte veel gebabbel en gelach. Wat is dat toch, dat altijd en overal moeten praten? Is het omdat we hyperactief geworden zijn, altijd gericht op doen, op handelen? Onlangs nog woonde ik een rouwdienst bij. De begrafenisondernemer vroeg voor aanvang van de plechtigheid nadrukkelijk de aanwezigen hun gsm uit te zetten. Niettemin klonk er tweemaal een storende tune, gevolgd door gestommel, geloop, een deur die open- en dichtging. Nu ik het toch over de mobiele telefoon heb. Het kan je als voorganger behoorlijk afleiden wanneer mensen voor je neus met hun gsm zitten te spelen: twitteren, facebooken, sms'en. Of leest men het Bijbelgedeelte van die morgen/middag mee vanaf zijn of haar mobiel.....? In een gemeente waar men een gestencilde orde van dienst gebruikt, stond boven de liturgie geschreven: Voor de dienst: spreek met God. Tijdens de dienst: laat God tot u spreken. Na de dienst: spreek met elkaar. Natuurlijk begroet je elkaar als je de kerk binnenstapt en de bank inschuift. Maar wat mij betreft mag het wel wat stiller. Laat de kerk alstublieft weer de plaats zijn waar de overal aanwezige en altijddurende herrie van de straat het zwijgen worden opgelegd. Ik geloof dat God juist in de stilte spreekt. De kerk als stiltecentrum. Geen kerkhofstilte; geen doodse stilte. Maar werkplaats van Hem die we pas weer echt horen in de stilte. Praten in de kerk lijkt een gewoonte te zijn geworden. Net als het snoepen, waar ik verder niets op tegen heb, hoewel... vreemd is het wel, wanneer je de reis van het snoepje door de mond van je buurman minutenlang kunt volgen. Praten werkt aanstekelijk, evenals kuchen en plassen. Vooral tijdens het gebed kan het raak zijn. Als één begint te pruttelen, volgen weldra meer broeders en zusters totdat het tenslotte een blatende kudde is. En als één hoge nood krijgt, gaat het steevast als met dat ene schaap dat over de dam is. Jaren geleden liep het gepraat van een gemeente tijdens de inzameling van de liefdegaven de spuigaten uit. Het geklets overstemde ten slotte het spel van de organist die plotseling stopte. Waarom zou hij nog verder spelen als toch niemand luistert? Het gepraat verstomde. De gemeente zag verbaasd omhoog. Toen boog de oude organist zich over de orgelgalerij en verontschuldigde zich op meesterlijke wijze voor het feit dat hij dwars door de gesprekken van de lieve gemeente heen speelde... Sorry gemeente! Ds. J. Belder, Dordrecht |
Een van onze hoogleraren aan de theologische faculteit in Utrecht - ik spreek over bijna dertig jaar geleden - had merkbare aversie tegen de nieuwe zeden onder de studenten. De dames en heren stonden niet meer op bij binnenkomst van de hoogleraar. Erger nog was het gepraat dat daarna bijnaonverminderd doorging. Op een dag hadden enkele vrouwelijke studenten hun conversaties nog niet beëindigd toen onze prof al achter de katheder stond. Zichtbaar geïrriteerd vroeg hij of er ook vrouwen in de hemel zijn. Omdat het antwoord bij ons niet leek te willen komen, gaf hij zelf uitsluitsel onder verwijzing naar Openbaring 8:1 waar Johannes schrijft over een stilzwijgen in de hemel van een half uur... De boodschap was duidelijk, maar over de exegese hadden wij onze twijfels...