Voor u gelezen (1): gereformeerden en evangelischen
Een aantal weken geleden is een boek verschenen met de titel ”Gereformeerden en evangelischen”. waarin dr. J. Hoek en dr. W.J. Ouweneel elkaar uitleggen wat zij onder deze begrippen verstaan. In De Waarheidsvriend van 10 november gaat dr. A. de Reuver (hervormd predikant te Serooskerke en emeritus hoogleraar gereformeerde godgeleerdheid vanwege de Gereformeerde Bond) nader in op dit tweegesprek. Met toestemming van dr. De Reuver wordt dit artikel in drie opeenvolgende artikelen gepubliceerd.

gereformeerdevangelischGereformeerd of evangelisch
(Theologisch gesprek Hoek-Ouweneel niet vrijblijvend)
In het twee weken oude boek ”Gereformeerden en evangelischen” leggen dr. J. Hoek en dr. W. J. Ouweneel elkaar uit wat zij verstaan onder respectievelijk gereformeerd en evangelisch. Meer nog, ze dagen elkaar ook uit.
De lezer mag van het verloop van hun schermutselingen getuige zijn. De thema’s van het debat liggen voor de hand: rechtvaardiging en heiliging, verbond en doop, kerk en ambt, de christen en de wet. De gesprekspartners bejegenen elkaar hoffelijk en respecteren wederzijds hun overtuiging. Met voldoening stellen zij vast hoeveel zij gemeen hebben en waarvoor zij beiden staan. Dat is inderdaad niet gering. Maar alle broederlijke charme verhindert hen toch niet elkaar minzaam de les te lezen.

Spel
Voor wie een beetje thuis is in kerkelijk ‘Jeruzalem’ en beide theologen enigszins kent, levert de discussie weinig verrassingen op. De standpunten worden nog eens verhelderd, nu eens geprofileerd, dan weer genuanceerd, maar nergens gewijzigd. Verbazen kan dit laatste niet. De auteurs gaan weliswaar met elkaar in gesprek, maar claimen hun eigen Bijbelse gelijk en kunnen elkaar niet overtuigen. Je krijgt trouwens de indruk dat ze dit laatste ook nauwelijks beogen. Ze willen praten en niet polariseren. Dat is natuurlijk nobel, maar wel vrijblijvend. Het is de vraag of de zaak daarvoor niet te urgent is. Ik bedoel: staat er iets op het spel of is het alleen maar spel, zoals dat ludieke plaatje voorop EO-gids Visie eind oktober suggereerde? Volgens mij is er wel degelijk iets in het geding, en wel het Schriftverstaan. In het verloop van het debat treedt dit bij herhaling aan de dag.

Boegbeeld
Nu kan ik onvoldoende peilen hoe representatief dr. Ouweneel is voor ‘de’ evangelischen. De variëteit is in dat kamp al net zo verwarrend als onder gereformeerden. Maar in bedoeld boekje fungeert hij nu eenmaal als evangelisch boegbeeld. Hij zal het wel kunnen billijken dat ik als reformatorisch christen in een hervormd-gereformeerd weekblad –in aansluiting bij de kundige en kernachtige repliek van dr. Hoek– kritisch reageer op zijn evangelisch pleidooi.

Vooruitgang
In de hoop hem geen onrecht te doen, meen ik bij hem voortdurend de tendens te bespeuren om de voortgang van Gods openbaring –zowel heilshistorisch als heilsordelijk– op te vatten als een vooruitgang, waarbij het voorgaande aan waarde en gewicht verliest.
Laat ik de voornaamste punten waarop ik het oog heb noemen. Het Nieuwe Testament krijgt de voorrang boven het Oude Testament, de opstanding boven het kruis, de heiliging en Geestvervulling boven de rechtvaardiging, het nieuwtestamentische lied boven de psalmen, de lofprijzing boven de klacht. Tegen deze rangordelijke denktrant is veel in te brengen. En dat niet vanuit een verengd gereformeerde optiek, maar vanuit het Nieuwe Testament zelf. Aan de hand van de genoemde items licht ik dit toe.
Wie ‘stereo’ luistert naar het Oude en Nieuwe Testament, en dus verneemt hoezeer het ene roept om het andere, doet keer op keer de ontdekking dat het Nieuwe Testament in het Oude Testament verhuld present is en dat het Oude Testament in het Nieuwe onthuld wordt (Augustinus).
Nu behelst deze onthulling inderdaad een kwantitatieve toename van openbaring, zelfs gaat ze gepaard met een kwalitatief ingrijpende wijziging (de bloedige offers zijn in Christus’ bloedstorting achterhaald), maar het is een en dezelfde God van Israël Die Zijn vanouds beloofde ene heilsplan gestand doet en vervult. Wie zijn oor bij apostelen en evangelisten te luisteren legt, merkt binnen de kortste keren dat zij met ‘de Schriften’ niets anders op het oog hebben dan het zogeheten Oude Testament. Dat was hun Bijbel. Het was ook Jezus’ Bijbel. De geschriften van het Nieuwe Testament zijn niet toevallig gedrenkt in het Oude Testament. Meer dan dat: ze rusten erop.

Verboden
Hoe zouden kruis en opstanding hun betekenis ontvangen zonder zicht op Israëls wet en offercultus? Wie zal ze ooit op waarde schatten zonder besef van oordeel en erbarmen, gericht en redding door de Heilige Israëls? De Opgestane Zelf was het trouwens Die, nadat Hij de weg der Schriften in horigheid was gegaan, Zijn hardhorende discipelen uit de doeken deed wat van Hem geschreven staat in Mozes en de profeten. Zo is het Oude Testament niet minder dan de legitimatie en de dragende grond van het Nieuwe Testament.
Christenen hebben het Oude niet minder hoog en lief dan het Nieuwe Testament. Zij delen blijkens Galaten 3 in dezelfde verbondszegen als Abraham. Al is het kinderstadium van wettische dienstbaarheid voorbij, de Vader die wij door de Geest van Christus Abba noemen, is geen andere dan de Vader die Jesaja aanriep (Jes. 63) en geen andere dan Hij die aan Mozes Zijn naam en deugden openbaarde (Ex. 34). Deze en dergelijke passages verbieden het een rangorde aan te brengen die vreemd is aan de Bijbel zelf. (wordt vervolgd)