| Koresgemeente (II) |
|
De Perzische gemeente Kores maakt sinds een aantal jaar regelmatig gebruik van de Eben-Haëzerkerk. Tijd voor een kennismaking. Aflevering 2: vervolg van de dienst.
Inmiddels is het 15.50 uur: tijd voor de collecte. Mannen in het wit gaan rond met de zakjes. Intussen stellen de zeventien in het wit –twee vrouwen, vijftien mannen– zich in een rij voor in de zaal op. Masoud doet water in de doopvont. Dan geeft hij de dopelingen een voor een de gelegenheid zich voor te stellen. Nummer één is 30 en komt uit Afghanistan. Nummer twee, afkomstig uit Teheran, zit in het opvangcentrum in Ter Apel. De meeste anderen zijn ook Iraans, een aantal van hen verblijft in het vluchtelingencentrum in het Limburgse Echt. Eén zegt geen plek te hebben, een ander vertelt op straat te leven. Masoud: „Deze mensen willen allemaal gedoopt worden en een nieuw leven beginnen. Wij zijn verantwoordelijk hen te trainen in het Woord van God. Ze zijn vluchteling, wonen op straat, in de gevangenis of in Ter Apel. Ze mogen rust ontvangen en een nieuw hart." Nummer één komt naar voren. Masoud legt zijn handen op de schouders van de man en kijkt hem recht in de ogen. „Geloof je dat Jezus Christus onze God en Redder is?" „Ja." „Wil je leven met de Geest?" „Ja." „Geloof je dat Jezus na drie dagen uit de dood is opgestaan en aan de rechterhand van God is om ons te kunnen genezen?" „Ja." Met steeds een hand water over zijn haren uit te gieten doopt Masoud de man in de Naam van de Vader, de Zoon en de Geest. Daarna legt hij zijn handen op diens hoofd. Na een korte stilte: „Amen." Applaus vanuit de zaal. Met drie kussen feliciteert Masoud de dopeling. De een na de ander getuigt op deze manier van zijn of haar geloof en ontvangt de doop. Bij nummer zeventien vertelt Masoud dat hij de man acht maanden geleden voor het eerst ontmoette. „De laatste is de eerste." De plechtigheid heeft ruim een halfuur geduurd. Tijd voor zang en muziek. "Yade isa boed hamishe" staat er op het scherm. En: "Name isa hamishe roeye". Een paar kinderen zijn intussen binnengekomen vanuit de crèche. Na een kwartier geeft een man achter de microfoon een getuigenis: zijn moeder moest geopereerd worden. Jezus Christus heeft een wonder laten zien. Ze is ontslagen uit het ziekenhuis. Een man komt naar voren en draagt een gedicht voor. Na een kort lied meldt Masoud dat de EO-tv-opname die een paar weken geleden gemaakt is, de zaterdag erop uitgezonden wordt. Dan vraagt hij „broeder ds. Mak" naar voor te komen. Deze verzoekt iedereen te gaan staan en elkaar een hand te geven. Vervolgens bidt hij voor alle familieleden in Afghanistan, Iran en Irak. Om 17.00 uur is de dienst afgelopen. Masoud gaat met de dopelingen naar de consistorie. Vanuit de keuken worden lekkere hapjes aangedragen en rondgedeeld. De meesten maken van de gelegenheid gebruik bij te praten met hun land- of taalgenoten. Sommigen haasten zich naar de bushalte: de reis terug naar Echt of Ter Apel is nog lang. (wordt vervolgd) Jaco van der Knijff |