Feest
Feest rondom een Rijsje uit een afgehouwen Tronk (n.a.v. Jesaja 11 vers 1 tot 5)

Lyrisch worden vanwege ‘het hoge’ wat je zeggen mag.
Dat is Jesaja de profeet. Vandaar ‘de verhoogde’ toon.
In het Hebreeuws klinken er ‘vreemde’ woorden.
In het (oud-)Nederlands ook: Rijsje, Tronk, Scheut.
En… Joodse en christelijke oren spitsen zich.
,,De koning zal voortkomen uit de zonen van Jesse,
de Gezalfde (Me’sjiach) zal groeien uit de zonen van zijn zonen.”
Zo meldt de Joodse Targum bij dit Bijbelgedeelte.

Jesaja spreekt de woorden van God in een troosteloze situatie.
Het mini-koninkrijk Juda wordt door vijanden omringd.
Zelfs het broedervolk Israël heeft zich aan de zijde van de tegenstanders gesteld.
Geweld hangt in de lucht. Het leven is buitengewoon onzeker.
Ik zie de profeet zitten. Ergens buiten Jeruzalem.
Onlangs schilderde hij de verwoestingsmachine van Assur die in aantocht is.
Zal Jeruzalem veroverd en verwoest worden?
Zal Assur door God ten val gebracht worden?
Zullen beiden onder het Godsoordeel vallen?
Beiden hebben het verdiend.
Jesaja ziet de Eeuwige afkappen, neerhouwen, omhouwen…
Ook Gods volk. Ook het Davidische koningshuis.
Het is een schrikbeeld. Het is een nachtmerrie.
Wie zal bestaan als Hij verschijnt?
Moedeloos zit de profeet terneer.
Ook wij horen de woorden in crisistijd. Wereldwijd.

Alle zelfgenoegzaamheid krijgt hier de nekslag.
Elk triomfalisme wordt afgesneden.
Wat kunnen we als christenen ons een superioriteitsgevoel aanmeten.
Wat kunnen we als kerk blind zijn voor eigen misdaden.
Dat we menen vrijuit te gaan in de oordelen van God die over de wereld gaan.

Dan valt het oog van de profeet op een afgehouwen boomstronk.
Zo is het: het koningshuis van David is een afgehouwen tronk.
Doodgebloed door eigen schuld, door gebrek aan vertrouwen.
Toekomstloos.

MAAR… dan knippert hij met de ogen.
Hij ziet een klein groen knopje, nog opgerold als een tongetje.
Vlakbij de wortel een nieuwe scheut.
Niet te geloven! En toch is het waar!
Er zit toch nog leven in. Toekomst.
Een rijsje. Een scheut. Heel teer. In ’t midden van de nacht.
Maar het belooft bloei.

Dan schildert Jesaja hoe de zoon van Isaï zal regeren.
Hij zal regeren in de Geest van God.
Hij zal door de schone schijn heenprikken.
Hij zal de werkelijkheid herwaarderen.
Vanuit de onderkant zal Hij de dingen recht zetten.
Hij wordt niet geïmponeerd door krachtpatsers.
Opgepoetste parade-‘gelovigen’ worden door Hem ontmaskerd.
Geringen en ootmoedigen die in al hun ellende hun hoop op God vestigen doet Hij recht.
Bij de nieuwe Koning is hun recht veilig en in goede handen.
Geweldenaars, de grote en de kleine,
de verdrukkers en die met God niet rekenen krijgen geen schijn van kans meer.
Deze Koning zal zorgen dat de rollen omgekeerd worden.
Recht zal weer recht genoemd worden.
Onrecht zal weer onrecht genoemd worden.
En wat recht en onrecht is maakt God uit!

Jesaja zal gedacht hebben aan een koning uit Davids geslacht.
Een goede en rechtvaardige!
Heeft hij in Hizkia iets gezien van vervulling van dit woord?
Hizkia heeft in Gods Naam goed werk verricht.
Maar daarmee is deze profetie nog niet uitgeput.
Joden en christenen hebben verder gezien.
Dat rijsje, die scheut is misschien Hizkia, maar niet ten volle.

Wij mogen weten: de stamboom van Isaï, van David loopt uit op Jezus, de Messias.
Davids Zoon, die ook Davids Heer is.
Jesaja spreekt van Hem, zonder Hem gezien te hebben.
Jesaja kan dat omdat de Geest Hem vervuld.
Profeten zien verder. Profeten zien dieper.
Voor hun ogen wordt het wereldgebeuren soms doorzichtig tot op God.
Je moet er oog voor krijgen. Voor Hem!
Een afgehouwen boomstronk… Dat rijsje.
Elders de woestijn… Die roos.
Een maagd… Zwanger.
De Gekruisigde… Opgestaan.
Immanuël. God in Jezus Zijn Zoon ons zó nabij!

Wat durft God klein te beginnen.
Laten we ons niet vergissen:
het is een alles veranderend nieuw begin.
Zalig wie er oog voor krijgt!
Laten we feest vieren. Rondom dat hout.
Die paal met de dwarsbalk.
De Boom des Levens!
Laten we Kerstfeest vieren.
Christus-feest vieren.
In vreze…