"Maar wat mij betreft, het is voor mij goed dicht bij God te zijn..."

"Maar wat mij betreft, het is voor mij goed dicht bij God te zijn….”
Psalm 73 vers 28a

Asaf draait er niet omheen. Verzen lang vertelt hij in Psalm 73 hoe boos hij was op God. Want hoewel dat er niet staat, was dat eigenlijk toch de kern van de zaak. Hij was “jaloers” op de dwazen, ziende der goddelozen vrede, schrijft hij in vers 3. Maar eigenlijk was hij toch ook wel een beetje boos op God. God die er maar niets aan doet. Die het grove onrecht laat voortbestaan dat het goed gaat met de goddelozen en slecht met de godvrezenden. Goddelozen hebben rust, zij vermenigvuldigen het vermogen, zij zijn niet in
moeite als andere mensen, hun kracht is fris en hun ogen puilen uit van vet. En wat de godvrezenden betreft, daarover kun je kort zijn: ,,Zij worden de hele dag gekweld”.
Maar dan laat God Asaf even achter de schermen kijken, in het heiligdom en daar ziet hij hoe het einde is van mensen die leven zonder God. ,,U doet hen in verwoesting vallen”. Asaf schrikt. Heeft hij daar nu altijd zo tegenop gezien? Tegen mensen die het schijnbaar wel goed ging, maar met wie het niet goed was? Mensen die niet dicht bij God leven, maar ver van hem weg. Omdat ze de goede God niet kenden. Die God Die goed is voor Israël, zoals Asaf in het eerste vers van Psalm 73 schrijft. Mooie belijdenis eigenlijk, waarmee hij de psalm begint.
God is goed voor hem. Dat is hij blijven geloven, dwars door alle vragen heen. Het is alsof hij er expres de psalm mee begint. Zo van: ik heb er vreselijk mee gezeten en ik kom er waarschijnlijk ook nooit uit, maar ik wil daar niet over praten voordat ik eerst dit gezegd heb: ,,God is goed!” En dan pas vertelt hij van z’n twijfels, z’n ongeloof en z’n opstand. Het is alsof de echte onweersbui in Psalm 73 al is weggetrokken. Wat rest is slechts wat gerommel en geflits terwijl het aan het eind van het lied zelfs helemaal opklaart. ,,Maar wat mij betreft: het is voor mij goed dichtbij God te zijn!” De zon breekt door, de wolken wijken. Nabij God. Dichtbij God. Vrede en rust. Het is als is Asaf weer in het Paradijs, net nadat God zoveel keren achter elkaar had gezegd dat het ”goed” was.

In een oude kerk ergens in Nederland ligt bij de deur een groot gastenboek. Bezoekers die het monument komen bekijken, kunnen er wat inschrijven. Sommige mensen jubelen wel een halve bladzijde vol over de schoonheid van het gebouw, de rijke historie of het prachtige orgel. Eén man
had minder woorden nodig. Over het gebouw schreef hij niet, blijkbaar had hij heel iets anders gezien dan pilaren, schilderijen en houtsnijwerk. Hij schreef in het boek alleen maar zijn naam, de datum van bezoek en erachter: ”Ps. 73 : 28”. ”Het is voor mij goed dicht bij God te zijn.”
Een geweldige belijdenis die je alleen kunt uitspreken ”om Jezus’ wil”.

Wim van Egdom