Zaligspreking...
Maar Hij zei: Veeleer zijn zij zalig die het Woord van God horen en het bewaren...
(Lukas 11: 27-28)

De sleutel van de hemelpoort heb ik niet op zak. U en jij ook niet. Mensen in de hemel zetten is een koud kunstje. Mensen er buiten houden ook. Een vrouw uit de menigte volgt Jezus. Zij roept luid een zaligspreking uit inzake moeder Maria. Ze spreekt daarmee haar bewondering voor Jezus uit. 

Nu had Maria haar zaligspreking echt niet nodig. De engel Gabriël deed dat eerder met andere woorden. Die woorden dragen het waarmerk van de hemel. Nu betwist Jezus de uitgesproken zaligspreking niet. Ik moet het ruimer nemen. Ik moet me niet verkijken op de "de buik die gedragen heeft en de borsten die gevoed hebben". Had Maria niet het Woord van God gehoord en bewaard, dan zouden haar "buik"en haar "borsten"haar niet gered hebben. Mijn behoud is gebonden aan deze twee dingen: het Woord van God horen én het Woord van God bewaren. Ik kan niet bewaren wat ik niet gehoord en aangenomen heb. En ... wat ik hoor en niet bewaar raak ik kwijt.

Horen en bewaren. We lezen het van de onheilige heilige Maria in Lukas 2. Bewaren van Gods Woord betekent zoveel als bewaken, behoeden, in gedachtenis houden. Het is iets anders als conserveren. Het gaat hier om het hart. Van het Woord léven en dat zo royaal mogelijk. Het Woord hoogachten, waarderen, liefhebben. Aan het Woord hangen met heel mijn hart. Het evangeliewoord is voor mij de parel geworden, waarvoor ik alles over heb gekregen. In dat Evangeliewoord vond ik Christus. Meer en beter: Hij vond mij!

Nu zegt Jezus: Zalig die het Woord van God horen en het bewaren. In het horen en bewaren blijven we bij Jezus. Zo wil Hij ons levenshuis bewonen en dreigt er geen leegstand!
Leegstand is levensgevaarlijk heeft Jezus de schare zo-even geleerd. Zo worden we van een tollenaar geen farizeeër, maar een begenadigd zondaar, een mens die op de genade van God helemaal is aangewezen.

Jezus spreekt zalig. En Hij is de enige die de sleutel van de hel en de hemel heeft. Als Hij opent kan niemand sluiten. Als Hij sluit... wie zal dan openen?

Onze zaligsprekingen zijn gissingen. Op z'n best genomen een oordeel naar de liefde. Al zou een paus, een protestantse paus, mij zalig spreken, ik zou er niet gerust op zijn. Al zou iedereen me in de hemel zetten, wil dat echt niet zeggen dat ik daar straks ook werkelijk ben! Maar mijn horen en bewaren van het Woord van God hebben Christus' zaligspreking! Daar kan ik wel op aan.

Die zaligspreking van Jezus is mijn enige troost. Het is geen vlotte, zoals van die vrouw. Maar ze is waar, ze heeft eeuwige kracht. Hij heeft tot mij gezegd... Daar moet ik het van hebben.

abVDM