| Mijn schapen horen Mijn stem |
|
“Mijn schapen horen Mijn stem, en Ik ken dezelve, en zij volgen Mij. En Ik geef hun het eeuwige leven; en zij zullen niet verloren gaan in der eeuwigheid, en niemand zal dezelve uit Mijn hand rukken.”
(Johannes 10:27-28) “Waarom gaf de Heere Jezus Christus ons deze rijke en volkomen belofte? Omdat Hij wist, dat ware christenen altijd een aangevochten, vrezend en twijfelmoedig volk zouden zijn. Altijd bereid om te geloven, dat zij niet behouden zullen worden. Altijd bang dat zij het nieuwe Jeruzalem nooit zullen zien vanwege de inwendige verdorvenheid, die ze voortdurend in hun hart tegenkomen. Hij zag, dat zij naar zulke sterke wijn van bevestiging zouden verlangen. Daarom heeft Hij in deze en soortgelijke teksten voorzien, als een bemoedigend middel om hun harten op te beuren. (…) Laten we nu beter kijken naar de verschillende gedeelten van deze belofte. Ten eerste zegt de Heere Jezus Christus van Zijn schapen die Zijn stem horen en Hem volgen: “Ik ken dezelve.” Ik ken hun aantal, hun namen, hun bijzondere eigenschappen, hun omringende zonden, hun zorgen, hun beproevingen, hun verzoekingen, hun twijfels, hun gebeden en hun persoonlijke meditaties. Ik weet alles van een ieder van hen (…) U hoeft niet te vrezen, dat Hij uw noden niet begrijpt. U hoeft niet bang te zijn, dat uw gebeden te arm en te ongeletterd zijn om gehoord te worden. Hij kent uw bijzondere noden beter dan dat u ze zelf kent. En uw nederige smeekbeden zijn nog niet opgezonden of ze zijn al gehoord (…) Wat is het volgende gedeelte van mijn tekst? De Heere Jezus zegt van Zijn schapen: “Ik geef hun het eeuwige leven.” Wat is het deel dat Jezus aan Zijn volk geeft? “EEUWIG LEVEN.” Een volmaakte, nooit meer eindigende gelukzaligheid voor het meest belangrijke deel van een mens: zijn onsterfelijke ziel. (…) Welke grotere dingen zou de Heere Zijn volk kunnen schenken? Gezondheid, rijkdom, eer, genoegens, huizen en land, vrouwen en kinderen, wat zijn zij? Hoe lang houden zij stand? Slechts zo’n zeventig jaar en we moeten alles verlaten. (…) Eeuwig leven! Daarmee vergeleken zijn de wereldse zaken slechts als een druppel water, hoe gewichtig en belangrijk zij ook lijken te zijn. Het is echt verbazingwekkend dat mensen zich ongerust maken over de dingen van de wereld, zwoegen en zweten voor wat meer goud of zilver en hun krachten aan hun zieke en zwakke lichamen verkwisten om ze wat vermaak te geven. En toch zorgeloos blijven, dood en als bevroren met betrekking tot het leven voor dat dierbare talent: de ziel! (…) Zonder voorwaarde wordt hier vrijspraak en vergeving geschonken. Er wordt ons niet gezegd, dat we iedere dag zoveel moeten afbetalen en dan behouden zullen worden. Dat zou ons in de twijfel en wanhoop drijven. Maar als iemand slechts Christus’ stem hoort en Hem volgt, zegt Jezus: ‘Zie, Ik geef hem het eeuwige leven. Er is geen verdoemenis meer voor hem.” J.C. Ryle (1816-1900) (Voor de volledige versie, zie: http://www.downloadpreken.com/artikelen/A162.pdf) |