De zomer is ten einde (Jeremia 8 : 20)
Een paar dagen geleden is de astronomische zomer van dit jaar verstreken. De “r” is alweer een poosje in de maand. Vroeger moesten we als kinderen levertraan slikken en dat was niet fijn! De zomer leek dit jaar wel de herfst te zijn, met veel regen en wind.
In de tekst klinkt een bittere teleurstelling van Israel in de tijd dat Jeremia profeet was. Hij hoort de klacht. Het volk dacht zo zeker uit de macht en de belegering van de koning van Babel verlost te zijn.nog voor het einde van de zomer. Maar nee hoor, het leek wel of God doof was, Hij reageerde niet. Zoals een jaar van misoogst diep teleurstelt, is ook het volk diep beschaamd in de verwachting van spoedige uitkomst.
Maar God is niet onrechtvaardig! Noch Zijn belofte van zegen noch Zijn waarschuwing en straf hielpen. En het zal nog erger worden. Jeruzalem zal ingenomen worden en, inclusief de tempel, verwoest worden. Wie niet horen wil moet voelen. Maar wie met berouw en schuldbelijdenis en met verlangen naar herstel tot Hem komt, die wordt niet en nooit beschaamd! In en door Zijn zoon is volkomen verlossing aangebracht, die door Zijn Geest wordt geschonken en toegepast.
Eens komt de echte en volle zomer, en wel: Zijn oogsttijd! Klinken mag dan: “Eens komt de grote zomer waarin zich 't hart verblijdt. God zal op aarde komen met groene eeuwigheid.”

Zullen u, jij en ik die zomer meemaken?
Ds W. Chr. Hovius