| Feestmaal |
|
,,De HEERE van de legermachten zal op deze berg voor alle volken een feestmaal met uitgelezen gerechten aanrichten...”
Jesaja 25:6a Deze berg: dat is de Sion, waar de HEERE van de legermachten zal regeren. Als alle machten die zich tegen Hem keerden, in de hemel en op de aarde, het zwijgen opgelegd zal zijn. Als het oordeel over de aarde gegaan zal zijn en alle inwoners verstrooid zullen zijn. Dán, dán zal duidelijk worden Wie koning is en waar Zijn residentie is: de HEERE op de Sion te Jeruzalem. Zijn luister wordt gezien, door de oudsten van Zijn volk (Jes. 24,23). Maar dan verspringt het beeld. Deze Heerser gaat op de Sion een maaltijd aanrichten, een feestmaal. Voor wie? Voor die oudsten, de representanten van Zijn volk? Ja, ook. Maar niet alleen zij zijn welkom. De héle wereld mag komen: het feestmaal is voor álle volken. Van heinde en ver mag men aan tafel gaan. Dat is ongekend, en het zal de Israëliet als ongehoord in de oren geklonken hebben. De intieme omgang, de gemeenschapsmaaltijd van de Heilige opengesteld voor alle volken? Dat kan toch niet! Het heilige geef je toch de honden niet? Toch wel. De heiden mag bij de Heilige aan tafel. En aan wat voor tafel? Nee, die is niet gedekt met ALDI-artikelen. Het beste is niet goed genoeg: uitgelezen gerechten, rijk aan vet en merg, gecombineerd met belegen, gerijpte wijnen. De HEERE is gul en goed voor de zijnen. Jesaja stijgt in dit visioen ver boven zichzelf en zijn tijd uit. Het is alsof we Jezus horen, over de velen die van oosten en westen zullen komen om met Abraham, Izak en Jakob aan te zitten in het Koninkrijk der hemelen (Matt. 8 : 11), om te eten en te drinken aan Zijn tafel (Lukas 22 : 18). De volken ten dis geleid. Dat niet alleen: ze strekken zelfs het Godsvolk ten voorbeeld. De heiden kon wel eens binnengaan terwijl de kinderen van het Koninkrijk tandenknarsend buiten moeten blijven. Dat gevaar is niet denkbeeldig, zegt Jezus (Matt. 8 : 12). Daarom staat Hij juist bij Zijn gemeente aan de deur, kloppend. Om binnengelaten te worden en de maaltijd te gebruiken (Openb. 3 : 20). Het visioen van Jesaja is nog geen werkelijkheid, maar zal het wel worden, want de HEERE heeft het gesproken (Jes. 25 : 8). Om aan die komende heilstijd blijvend herinnerd te worden, viert de christelijke gemeente haar gedachtenismaal: breekt ze het brood en schenkt ze de wijn, bij wijze van voorproef. Totdat Hij komt. Totdat de bruiloft van het Lam aanbreekt, waar het bruiloftsmaal klaarstaat (Openb. 19 : 9). De Heer richt op zijn berg een maaltijd aan, van spijs en merg, van uitgelezen wijnen; van heind' en ver zal men aan tafel gaan, de Heer is goed en gul voor al de zijnen. Gezuiverd en belegen is de wijn, zo rood als bloed, gerijpt tot heil en zegen; op deze berg zal 't feestlijk toeven zijn, hier leidt de Heer ons heen langs alle wegen. Jaco van der Knijff |