| Vluchten in goud (Jakobus 5: 1-11) |
|
Ontdekkend en ontmaskerend zijn dan de woorden van Jakobus 5: 3 Uw goud en zilver is verroest en hun roest zal een getuigenis tegen u zijn… Deze woorden richt Jakobus tot de rijken. Ontnuchterend wijst Jakobus op de vergankelijkheid van goud. En dan staat erbij: U hebt schatten verzameld in de laatste dagen. We moeten dan denken aan het levenseinde dat nadert. Dan blijken je goud en je zilver in de schatkist toch nog aangetast te zijn.Wat heb je er dus aan om te vluchten in goud? Ook dát is vergankelijk, zo waarschuwde ook Christus (Matth. 6:19). Goud is de hoge prijs die je ervoor moet betalen en de moeite van het verzamelen niet waard! In dit gedeelte wordt ook aan de orde gesteld dat de rijken hun goud hebben verzameld door aan de zaaiers en oogstlieden geen loon te geven. Hun klacht klinkt tot God. Het legt aan ons de vraag voor: hoe eerlijk hebben wij in het Westen onze rijkdom verkregen? Klinken in Afrika de klachten van werklieden (slaven…) die beroofd zijn? Jakobus is scherp. Zoals zo vaak. Hij geeft ons nu te denken. Wat was de prijs van het goud dat wij bezitten? Hebben we het als zegen gekregen, of hebben we geroofd? En treft ons misschien ook een oordeel? Naast de aanklacht volgt het advies: Zie, de landbouwer. Jakobus laat de afhankelijkheid zien en het geduld dat daarbij nodig is. Het is wachten op de juiste regen en een goede oogst. Wachten… geduldig zijn… Het gaat om de geestelijke levenshouding die geleerd moet worden. U moet ook geduldig zijn en uw hart versterken, want de komst van de Heere is nabij. Juist ook in crises! Profeten zijn ons als voorbeelden. Ook wordt Job genoemd, die enorm rijk was maar alles verloor. En dat terwijl hij kon getuigen dat hij niet zijn vertrouwen op goud had gesteld (Job. 31:24). Wat hield Job over toen hij alles kwijt was? U hebt gehoord van de volharding van Job, en u hebt de uitkomst van de Heere gezien, dat de Heere vol ontferming is en barmhartig. Kijk, dát is nu GOUD: …dat de Heere vol ontferming is en barmhartig! Is dit onze rust te midden van de crises?! Stijgt dit getuigenis bij ons ook nog steeds in waarde? Dankbaar horen wij het antwoord van Petrus tegen die man bij de tempelpoort: Zilver en goud heb ik niet, maar wat ik heb, dat geef ik u: in de Naam van Jezus Christus de Nazarener, sta op en ga lopen! (Hand. 3:6) Sta dan op, in de Naam van Jezus, en Laat u verzoenen! Vlucht in het goud van Gods opzoekende zondaarsliefde! Dát is het enige werkelijke antwoord op de grootste schuldencrisis die er is. Dat Christus Zijn leven stelt in onze plaats, opdat wij zouden leven door Hem, tot Gods eer! Wie door genade weet het eigendom van Christus te zijn, heeft een goudschat in de hemel, een stad van goud! (Op.21:18,21). Ds. B. Jongeneel |