| Komen en gaan |
|
En de Geest en de bruid zeggen: Kom! (Openbaring 22:17a)
Hij komt in wind en vuurvlam, spreekt ieder in z’n eigen taal aan: de Geest. De gevolgen blijven niet uit: verslagen harten, moordenaars die zich laten dopen, een gemeente die uitblinkt in eensgezindheid en liefde. De gemeente verspreidt zich, het Woord groeit, het Evangelie draagt wereldwijd vrucht. Grootse dingen gebeuren, het werk van God komt openbaar, de gaven van de Geest manifesteren zich. Opvallend dat in het laatste Bijbelboek, dat over het heden gaat en ons de toekomst spelt, de Geest niet zo heel vaak op de voorgrond treedt. Eigenlijk alleen aan het begin en aan het eind. Aan het begin: als Johannes de opdracht krijgt brieven te schrijven aan de zeven gemeenten in Klein-Azië. Dan blijkt het niet zozeer Johannes te zijn die schrijft, maar is het de Geest Die tegen de gemeente spreekt. Híj is –eerbiedig bedoeld– de spreekbuis waardoor de verheven Christus (Openb. 1) met Zijn volgelingen in de verdrukking communiceert. Anders gezegd: de Geest legt de band tussen Bruidegom en bruid. Hij brengt de hemelse liefdesbrieven over. Aan het eind van Openbaring is de Geest er weer. Hoe? Opnieuw als Degene die de verbinding legt tussen Bruidegom en bruid. De Bruidegom kondigt tot drie keer toe aan dat Hij spoedig komt (22:7, 12, 20). En wat is de reactie van de bruid? „Kom!” De liefdesroep van Christus wordt beantwoord. Er komt respons op de aankondiging dat de huwelijksdag aanstaande is. „Kom!” De bruid is er klaar voor. Hoewel klein en bang, bezocht door duizend plagen, is ze wakker te midden van de wereldnacht. Dwaze meisjes vallen in slaap als de Bruidegom nog even op zich laat wachten (Mt. 25). Maar de bruid is klaarwakker. Hoe? Door de Geest. Hij houdt de bruid waakzaam, werkzaam, wakker. En Hij verwekt in haar de langgerekte roep: „Kom! Ja, kom, Heere Jezus!” Ook díé liefdesroep, nu van de kant van de aarde, zal beantwoord worden. Want het zuchten en roepen van de bruid door de Geest klinkt de Bruidegom als muziek in de oren. Hij zál komen en Zijn bruid halen. Hij zal haar brengen in de bruiloftszaal, het hemelse Jeruzalem. Daar zal zij triomferen, met Hem. Die hoge heilsverwachting, levend gehouden door de Pinkstergeest, houdt de bruid, de gemeente anno 2011, op de been. Levensvorst, U loven de geslachten, en tot uw verborgen tijd blijft de bruid uw wederkomst verwachten, ’t einde van haar bange strijd. Houd haar waakzaam; doe haar, ’t hoofd geheven, uit die hoge heilsverwachting leven, tot zij op de jongste dag, met U triumferen mag. Jaco van der Knijff |