“Lazarus, onze vriend, slaapt…” (Johannes 11: 11b)
Wat zou hij veel hebben kunnen vertellen, die Lazarus. Hij was immers aan de andere kant geweest van de rivier met die donkere naam: dood. Als hij geleefd had in 2011 zou het na zijn opwekking uit de dood in Bethanie zwart gezien hebben van de journalisten. Ze hadden in dat kleine dorpje geen plek genoeg gehad om alle satellietwagens van CNN, CBS, ABC en NOS te kunnen parkeren. En de krantenspecials met schreeuwende koppen, zouden de winkel zijn uitgevlogen: “Lazarus teruggekomen uit de dood; zijn eigen verhaal”.
Maar Lazarus zwijgt. Geen spectaculaire onthullingen, geen grote interviews, niets. Had hij dan niets te vertellen? Zeker wel. Maar hij doet het niet. Nee, ook niet in de gemeente. Geen getuigenis in of na de dienst. En een boekje met zijn levensverhaal zoek je in de boekhandel van Bethanie tevergeefs. Lazarus hult zich in stilzwijgen. Omdat het niet om hem gaat, maar om Jezus.

De Heere Jezus had Lazarus lief, staat er. “Heere, ziet, die Gij liefhebt is ziek”, zeggen de discipelen tegen de Meester. En dan vertelt de Heere Jezus dat de ziekte van Lazarus niet tot de dood is, maar opdat God verheerlijkt zal worden.
Wie nauwkeurig leest, ziet veel opmerkelijke dingen in dit bijbelgedeelte. Want waarom gaat Jezus niet direct terug naar Judea als Hij hoort van de ziekte van Lazarus? En waarom staat er zo nauwkeurig dat Hij nog twee dagen blijft “in de plaats waar Hij was” en dan pas naar Bethanie reist? Ten derde dage gaat Jezus op reis om de dood te bestrijden.
De dood? Nee, Lazarus is niet dood. “Onze vriend Lazarus slaapt!”, zegt Jezus. Niet dood, maar wel gestorven. Overleden, maar eigenlijk slaapt hij.

Dat is toch wel een zinnetje om even wat langer over na te denken. Want blijkbaar sterft een kind van God niet. Hij gaat niet dood, maar hij gaat slapen. Slapen tot Jezus hem of haar wakker maakt. Dat is een troost wanneer het levenseinde nadert. Als er afscheid genomen moet worden, omdat de laatste vijand in aantocht is. Een gelovige sterft niet, een gelovige gaat slapen tot de laatste dag daar is en de stem van Jezus klinkt.
Voor Lazarus was de stem van Jezus er al eerder. “Lazarus kom uit!” Jezus erkent de dood niet, Hij bestrijdt hem. Kom uit! Wakker worden, Lazarus! Het moet voor eens en voor altijd duidelijk zijn dat in het geloof de dood niet het laatste woord heeft. Ja, het is wel de laatste vijand, maar deze vijand heeft niet het laatste woord.

Lazarus, onze vriend, slaapt… Wat een geweldige woorden van Jezus. Onze vriend. Vriend van Jezus, vriend van God. En allen die in Hem geloven, gaan niet dood. Ze gaan slapen. En in die slaap, waakt God. Want Hij heeft gezegd: “Ik ben met ulieden, al de dagen, tot aan de voleiding der wereld”.

Ik kan gaan slapen zonder zorgen,
Want slapend kom ik bij U thuis.
Alleen bij U ben ik geborgen,
Gij doet mij rusten tot de morgen
En wonen in een veilig huis.


Wim van Egdom