Israël en de gemeente
,,En Naomi nam dat kind en zette het op haar schoot…” (Ruth 4 vers 16a)

Het is een wat gewaagde exegese, maar er zijn uitleggers die denken dat Naomi in het Bijbelboek Ruth model staat voor het volk Israël. Haar beide schoondochters, Orpa en Ruth, zouden de gemeente uit de heidenen verbeelden en Obed zou een type van de Heere Jezus zijn. Hoewel de uitleg misschien wat ongebruikelijk is, zitten er toch, zo net na Kerst, mooie gedachten in.
Het verhaal is bekend. Ruth, mee teruggekeerd naar Israël met haar verbitterde schoonmoeder, trouwt met Boaz en samen krijgen ze een zoon: Obed. De vrouwen in Bethlehem steken de loftrompet over het jongetje en noemen hem een ”losser”. Was Boaz dat dan niet? Jawel, maar als het huwelijk van Boaz en Ruth kinderloos was gebleven, dan was het geslacht van Elimelech toch nog uitgestorven. Dus is eigenlijk niet Boaz, maar Obed is de losser van Naomi. En daar zijn de buurvrouwen blij mee!
,,Geloofd zij de Heere, Die niet heeft nagelaten u heden een losser te geven en zijn naam worde vermaard in Israël!” Het lijkt wel een lofzang. Is het veel later niet Zacharias die met bijna dezelfde woorden zijn lofzang begint? ,,Geloofd zij de Heere, de God Israëls…” Die lofzang lijkt overigens niet de enige verwijzing in deze geschiedenis naar de komende geboorte van de Messias. ,,En Obed gewon Isaï en Isaï gewon David”, staat er in het laatste vers van Ruth 4. En met dat de naam van David valt, hoor je als het ware al die andere naam klinken: Jezus. De Zoon van David, de Zoon van God.

,,En Naomi nam dat kind en zette het op haar schoot en werd zijn voedster”, staat er in de Statenvertaling. Andere vertalen hier dat ze zijn “verzorgster” wordt, omdat een oudere vrouw, die zichzelf in hoofdstuk 1 te oud noemt om een man te hebben, geen borstvoeding meer kan geven. Toch staat er in de Hebreeuwse grondtekst: ,,Ze gaf het kind te drinken uit haar borst”. Borstvoeding, gegeven door een –waarschijnlijk– bejaarde vrouw. Dat is even onmogelijk als dat er leven voortkomt uit de dood. Noemt Paulus in Romeinen 11 het aannemen van Jezus Christus door Israël ook niet ,,leven uit de dood”?
Het verhaal van Ruth kan ons leren dat er een wisselwerking is tussen Israël en de gemeente als het gaat over de eerste en de tweede komst van Jezus Christus. Hoewel de zaligheid uit de Joden is, had de heidense Ruth een plaats in de stamboom van Jezus. Maar omdat Israël Hem verwierp, kwam de zaligheid tot de heidenen. En juist die gemeente uit de heidenen heeft een taak in het heilsplan van God dat uiteindelijk zal leiden tot de erkenning van de Messias door Israël. Ooit zal er een tijd zijn dat Israël Jezus Christus zal erkennen, op schoot zal nemen, zoals Naomi Obed op schoot nam.
Wie naar de huidige situatie kijkt, die gelooft niet dat het ooit zover zal komen. Het kan niet, maar toch zal het gebeuren. Er zal leven komen uit de dood!
Jezus: ,,Een licht tot verlichting der heidenen en tot heerlijkheid van Uw volk Israel”, zingt Simeon. En de christelijke gemeente bidt: ,,Zijn naam worde vermaard in Israël!”

Wim van Egdom